Bloemdijken in de Hoeksche Waard
Voor Natuurmonumenten beheerden we de dijk, ongeveer 15 Hectare, langs de “Korendijkse Slikken” en de “Tiendgorzen”. Helaas is dit door NM stopgezet. Oorzaak communicatiestoring van beide kanten. Jammer omdat we nog steeds van mening zijn dat we er met dit plan een veel mooier stukje Hoeksche Waard van hadden kunnen maken dan wat het nu is. We hebben laten het verhaal toch staan o.a. omdat we via de siteteller kunnen zien dat er veel waterschappen en het ministerie van Verkeer en Watestaat naar kijken. Zo wordt de kennis toch nog goed gebruikt.
We hebben voor het beheer een beheerplan opgesteld, nadat we het natuurdoel ”Bloemdijken” hadden bepaald. Het beheerplan is opgesteld door de ervaringen van collega schapenhouders, onze eigen ervaring en vooral de deskundigheid van Hans Sprangers aan elkaar te koppelen. Hans Sprangers is een natuurdeskundige gespecialiseerd in dijkveiligheid, verbonden aan de universiteit in Wageningen.
De dijken grenzen direct aan het Haringvliet, het zijn dus waterkerende dijken. Bij deze dijken is de veiligheid belangrijker dan de natuur. Nu blijkt echter dat juist het natuurbeheer voor een veilige dijk zorgt. Of te wel, je moet het natuurgeweld met natuur bestrijden. Ook is gebleken dat deze manier om een dijk te beheren nieuw is, waarbij het plan volgens diverse instanties zeker het proberen waard is.
Een bloemdijk of kruidenrijke dijk krijg je alleen op wat voedselarmere grond. Voorlopig hebben we daardoor te maken met overgangsbeheer, van agrarische naar natuurgronden. Door verschraling proberen we de voedingsrijkdom te verminderen. Dat doen we door er vooral opgroeiende lammeren (met hun moeder) te laten grazen. Daarnaast worden er gedeelten gemaaid waarna het gras als voer voor de winter wordt afgevoerd, hierdoor gaat de verschraling sneller.
Als we alleen zouden maaien, dan zou de verschraling op z’n snelst gaan. Hierdoor krijg je echter een zeer open begroeiing (je kunt de grond tussen de planten goed zien) en dat is weer slecht voor de dijkveiligheid die we vooral in de gaten moeten houden. Een ander groot voordeel van beweiding is dat de schapen de grond aantrappen, die door opvriezen en de werking van de natuur wat losser wordt, waardoor de grond minder snel wegspoelt als er water tegenaan kabbelt.
Rustperiode.
Voor een bloemdijk is belangrijk dat vooral de éénjarige kruiden de kans krijgen om te bloeien, waardoor ze zaad kunnen maken om er volgend jaar weer te staan. Als er continu schapen lopen, komt er geen kruid tot bloei. Schapen vinden de kruiden namelijk veel lekkerder dan gras. Je zult dus een rustperiode in moeten bouwen bij de beweiding. Meestal komen schapen weer op een perceel terug na vier weken. Doordat wij een rustperiode hanteren van 7 tot 8 weken gaan we er van uit dat bijna alle kruiden zaad kunnen vormen. Daarnaast is de rustperiode ook voor de dijkveiligheid van belang. Velen denken dat alleen de grasmat bij een dijk belangrijk is. Zeker zo belangrijk is echter het wortelgestel. Die wortels, dikke en dunne, rechte en kromme, houden namelijk de grond vast als er golven tegen de dijk aan slaan. De gedachte dat de aankomende golf voor de dijk gevaarlijk is, zoals zo velen denken, klopt ook niet. Het is namelijk de terugspoelende golf die de kleideeltjes mee naar beneden spoelt waardoor een dijk op een gegeven moment doorbreekt. Kortom, het belangrijkste van de planten aan een dijk zit onder de grond. Een optimaal wortel gestel krijg je door de wortels rust te geven. Als een plant namelijk afgevreten wordt, gaat hij direct al z’n energie in de bovengrondse groei steken. Continu begrazing is een uitputtingsslag voor de wortels. Een korte rustperiode werkt ook niet, de eerste drie weken na de begrazing gaat alle energie naar de bovengrondse groei. Na drie weken gaat de plant zowel onder als boven de grond groeien en na zes weken krijgen de wortels alle aandacht. Acht weken rust is dus in alle opzichten goed.
Beweiding.
Door de lange rustperiode staat het gras na acht weken meer dan een halve meter hoog. Als we dat af zouden grazen met een klein koppeltje, dan zouden de schapen veel gras vertrappen (waardoor de onderliggende kruiden verstikken) en zouden ze weer eerst de kruiden afvreten en het langere taaie gras laten staan. Met een vrij grote koppel, 300 schapen met hun lammetjes, grazen we een perceel in ongeveer een week kaal. We imiteren hiermee een van nature rond trekkende kudde (heel, heel lang geleden) of zoals een herder met z’n kudde rondtrekt. Waarom wij niet met de kudde, een paar honden, een dikke leren jas en een stok rond trekken? De belangrijkste reden is dat je dan iedere dag (365 dagen per jaar) ongeveer 10 uren met de schapen in de weer bent. Bij elkaar, met de verzorging op stal en de hulp bij de geboorte van de lammetjes, bijna 4000 uur, de gemiddelde ambtenaar is 1750 uur “aanwezig”). Dit zou aan loonkosten ongeveer 200.000 gulden kosten, terwijl de vergoeding van de overheid en de opbrengst van de schapen bij elkaar maar 40.000 gulden zijn. Daarnaast voorzien we grote problemen met het zeer gehaaste verkeer in onze streek, dit zou resulteren in of dode schapen en gewonde automobilisten, of een aangereden herdertje…..
Het jaar rond…..
Nadat de schapen op stal de winter hebben doorgebracht, de lammetjes geboren zijn en sterk genoeg zijn om een koude nacht te doorstaan, gaan ze afhankelijk van de groei van het gras tussen 15 en 30 april met hun werk aan de dijk beginnen. Eind december zijn ze dan overal 4 keer geweest en tussendoor hebben ze dan ook het stuk dijk, ongeveer 4 Ha, langs de “Leenheren polder” een paar keer glad gemaaid.
Beheer in’t kort:
Beweiden
Vanaf eind april in één week een perceel van ongeveer 2 Ha door 300 schapen kaal laten vreten, het perceel 7 á 8 weken laten bloeien en rusten, waarna het weer afgegra…. enz.
Maaien
De groeipiek in de voorzomer afmaaien en afvoeren, na iedere beweiding
het niet afgevreten gras (pollen) afmaaien en indien nodig afvoeren.
Naarmate de verschraling vordert zal het maaien en afvoeren in de zomer steeds
minder vaak nodig zijn.
Toetsing
Het beheerplan is ter beoordeling voorgelegd aan de heer Fliervoet van het Ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. De reactie was zeer lovend!
Daarnaast is het beheerplan voorgelegd aan de “Dienst Landelijk Gebied”, de organisatie die in opdracht van het ministerie een sturende en controlerende functie heeft bij het natuurbeheer.
Monitoring
De ontwikkelingen en vorderingen van het proces zullen door Landschapsbeheer Zuid-Holland in kaart worden gebracht, zodat een duidelijk beeld ontstaat van het resultaat. Deze nieuwe vorm van natuurbeheer op dijken kan dan in de toekomst op meerdere plaatsen worden toegepast.